Frankrijk per trein op de kaart: zo lees je het Franse spoornet
Wie de wegenkaart van Frankrijk kent, weet waar de tolpoorten staan, welk nummer bij welk departement hoort en hoe lang de rit naar het zuiden duurt. De spoorkaart ziet er anders uit. Geen ringwegen en tolstations, maar een ster met Parijs in het midden, van waaruit hogesnelheidslijnen naar alle windstreken lopen. Wie voor het eerst de trein naar Frankrijk pakt, merkt dat afstanden op die kaart in uren worden gemeten in plaats van in kilometers: Lille is een uur van Parijs, Bordeaux twee, Marseille drie. Hieronder een leesgids voor die kaart, met de stations, de lijnen en de regio's waar je zonder auto prima uit de voeten kunt.
Zes stations, zes windstreken: zo werkt de ster rond Parijs
Het Franse spoornet is gebouwd als een ster, en Parijs is het hart. Elk van de zes grote kopstations bedient een eigen richting. Vanuit Nederland en België kom je aan op Gare du Nord, waar ook de treinen naar Lille en Londen vertrekken. Gare de l'Est kijkt naar Champagne en de Elzas: Reims, Nancy, Straatsburg en Colmar. Alles wat zuidoostelijk ligt, van Lyon en de Alpen tot Marseille, Montpellier en Nice, vertrekt vanaf Gare de Lyon. Vanaf Gare Montparnasse gaan de TGV's naar het westen en zuidwesten: Bretagne, Nantes, Bordeaux en Toulouse. Saint-Lazare bedient Normandie met Rouen, Le Havre en Caen, en Gare d'Austerlitz is het station van de Loire, het Centraal Massief en de nachttreinen naar het zuiden.
Wie doorreist naar het zuiden, moet dus meestal Parijs oversteken, en dat is met metro of RER een half uur werk. Het kan ook anders. Vanuit Brussel rijden rechtstreekse TGV's om Parijs heen naar Lyon, Marseille, Montpellier en Bordeaux, over de spoorrondweg die ten oosten van de stad ligt. Voor wie in het zuiden moet zijn en niet van overstappen houdt, is dat de handigste route op de kaart.
Uren in plaats van kilometers: zo ver is ver op de spoorkaart
Op de wegenkaart ligt Montpellier ruim twaalfhonderd kilometer van Utrecht, een dag rijden met tankbeurten en een tolrekening. Volgens de spoorkaart is diezelfde stad een reis van ongeveer acht uur, waarvan je geen minuut zelf hoeft te sturen. De Eurostar doet Amsterdam naar Parijs in drie uur en twintig minuten. Vanaf daar gaat het hard: Lille in een uur, Reims in drie kwartier, Straatsburg in een uur en drie kwartier, Lyon en Bordeaux in ruim twee uur, Marseille en Montpellier in ruim drie. Toulouse en Nice zijn de verre hoeken van het land en kosten vanuit Parijs ruim vier tot bijna zes uur.
Zo'n overzicht verandert je gevoel voor afstand. Bretagne, met de auto een flinke dag onderweg, ligt per TGV op anderhalf uur van Parijs, met Rennes als poort. De Elzas, waar je met de auto de halve Duitse Autobahn voor afrijdt, is vanaf Gare de l'Est een lunchpauze verder. En de Middellandse Zee, het klassieke einddoel van de Nederlandse zomervakantie, haal je in een dagreis vanaf je eigen station, met een broodje in Parijs of Brussel als tussenstop.
Regio's waar je zonder auto goed uit de voeten kunt
Niet elke streek is even geschikt voor een vakantie zonder auto, en het loont om dat vooraf op de kaart te bekijken. De Languedoc is een schoolvoorbeeld van een regio die wel werkt: vanuit Montpellier vertrekken regionale TER-treinen naar Nîmes, Sète, Béziers en de stranden, allemaal binnen een uur. Occitanië verder naar het westen heeft Toulouse als knooppunt, met lijnen richting de Pyreneeën. De Elzas is compact en dicht bespoord: Straatsburg en Colmar liggen een half uur uit elkaar, en de wijndorpen daartussen zijn per trein en bus te doen. In het noorden is Lille een makkelijke stedentrip, met een overstap in Antwerpen zelfs zonder Parijs te zien.
Ook de kust laat zich per spoor bereiken. Rouen en Le Havre liggen aan de lijn vanaf Saint-Lazare, en vanaf Le Havre brengt een bus je naar de krijtrotsen van Étretat. Aan de Atlantische kant zijn Bordeaux en La Rochelle stations aan zee, of bijna. Wie liever de wijnstreken afgaat, ontdekt dat Champagne, de Elzas en de Bordeaux allemaal een TGV-station hebben, waardoor een wijnrondreis per trein tegenwoordig een gewone reisvorm is. Eerlijkheidshalve: voor de binnenlanden van de Dordogne, de Ardèche en de Auvergne blijft de auto handig. De kaart vertelt je precies waar dat omslagpunt ligt. Waar de lijnen ophouden, begint het autoland.
Praktisch: kaartjes, koffers en de hond
Op de TGV en de Eurostar reis je altijd met een gereserveerde zitplaats, en de prijs stijgt naarmate de trein voller raakt. Boeken kan meestal vanaf een maand of vier van tevoren, en wie vroeg is betaalt het minst. De regionale TER-treinen werken andersom: vaste prijzen, geen reservering, gewoon instappen. Ouigo is de budgetvariant van de TGV, met scherpe prijzen maar soms een vertrek vanaf een station buiten het centrum en een toeslag voor grote bagage. Een weegschaal kom je nergens tegen; op de TGV geldt sinds kort wel een maximum van twee grote en een kleine tas per persoon.
Voor veel lezers van deze site telt nog iets: de hond. Die mag in Frankrijk gewoon mee in de trein, kleine honden in een tas voor een paar euro, grotere aan de lijn en met muilkorf voor een halve tweedeklasprijs. Wie de reis in een nacht wil doen, kan vanaf Gare d'Austerlitz de slaaptrein nemen naar Nice, Toulouse of Briançon in de Alpen: instappen na het avondeten, wakker worden in het zuiden. En let bij het plannen op de Franse schoolvakanties, die in zones zijn verdeeld en de treinen net zo vol maken als de tolwegen.
Dezelfde landkaart, een ander Frankrijk
Leg de spoorkaart naast de wegenkaart en je ziet twee verschillende landen. De wegenkaart is fijnmazig en overal even dik; je bereikt er elk gehucht mee, tegen de prijs van tol, brandstof en een dag achter het stuur. Het spoor is grofmazig maar snel: een handvol dikke lijnen die de grote steden binnen een paar uur aan elkaar knopen, met daaromheen een net van regionale treinen dat in sommige streken dicht is en in andere ontbreekt.